dit is de website van Asha ten Broeke

/ ashatenbroeke@gmail.com / over asha ten broeke / zoeken

Met veel bombarie is de vertaling van het boek ‘Manliness’ (in vertaling: Mannelijkheid) van Harvey Mansfield aangekondigd. Morgen staat hij in de Rode Hoed, de dag daarop – en niet daarvoor, zoals eerst aangekondigd door uitgeverij Meulenhoff – ligt het boek in de boekhandel. Maar belangrijker dan wanneer het boek verschijnt is natuurlijk wat erin staat. En dat is niet mals. Naar verluidt rekent Mansfield definitief af met het feminisme, dat volgens hem ervoor heeft gezorgd dat het verschil tussen de seksen verloren gaat.

Mannelijkheid kaftDat ziet Mansfield liever niet, dus staat hij op als strijder voor de mannelijkheid. Mannelijkheid is namelijk een deugd waar we niet zonder kunnen. Bovendien zijn we allen beter af als we ons naar onze sekse-stereotype rolpatronen gedragen: vrouwen laten zich beschermen door de werkende man, en zorgen in de tussentijd voor het huishouden.

Mansfield laat zich hierbij niet veel gelegen liggen aan wat je ‘wetenschappelijke argumenten’ zou kunnen noemen. Liever dan in te gaan op bijvoorbeeld de psychologische en neurowetenschappelijke realiteit baseert hij zich op onder andere Aristoteles en andere Oude Grieken. Dat zij vrouwen zagen als een inferieur wezen, nauwelijks mens, vindt Mansfield overduidelijk niet bezwaarlijk.

In de Trouw van afgelopen zaterdag heeft publiciste Julie Philips er fraaie – maar niet bijster positieve – woorden voor. Zij schrijft: “Mansfield begint zijn verdediging door het buiten beschouwing laten van elke psychologische, antropologische en zelfs biologische definitie van mannelijkheid. Dit is typisch voor Amerikaanse neoconservatieven, die weinig ophebben met empirisch bewijs. Sociale wetenschappen zijn in zijn optiek inaccuraat, onvolledig en bevatten allerlei verborgen agenda’s. Bovendien zijn ze niet mannelijk.”

En daarmee plaatst ze Mansfield – terecht – in een hokje met kwakzalvers, creationisten en ander gespuis.
bolcomlogoklein

Bestel het boek ‘Mannelijkheid’ bij bol.com

Lees de recensie van Julie Philips op de website van de Trouw
Recensie van de New York Times

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Hoewel mannen zijn oververtegenwoordigd onder de gepromoveerden lopen vrouwen op ze in. Uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat steeds meer vrouwen een doctorstitel behalen. In totaal is nu nog 70 procent van de gepromoveerden man, en 30 procent vrouw. Maar van de gepromoveerden onder de 35 is bijna de helft van het vrouwelijk geslacht. In de leeftijdscategorie van 55-70 is dit slechts twintig procent.

Vrouwen zijn bovendien sneller. De helft van de vrouwen was binnen 4,5 jaar doctor, terwijl de helft van de mannen er langer dan 5,5 jaar over deed. De cijfers van het onderzoek zijn gebaseerd op een driejaarsgemiddelde over 2004, 2005 en 2006. In het totaal waren er eind 2005 72.000 gepromoveerden in Nederland.

Bron: Leids Universitair Weekblad Mare

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Het percentage vrouwelijke huisartsen stijgt. Niet iedereen vindt dit een goede ontwikkeling. Vrouwen zouden minder betrokken zijn en werken vaker parttime – ongunstig in een tijd dat een huisartsentekort dreigt. Deze bezorgdheid is echter onterecht, ontdekte de Amsterdamse promovenda Emma van Zalinge. Jonge vrouwelijke huisartsen verschillen namelijk niet wezenlijk van hun hun mannelijke collega’s in wat hen aantrekt in het vak en de wijze waarop ze dat willen uitoefenen.

Bron: Universiteit van Amsterdam

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Hillary Clinton heeft het moeilijker in de Amerikaanse verkiezingscampagne dan haar tegenstander Barack Obama en dat heeft alles te maken met haar vrouw-zijn. Dat beweert Deborah Cameron, professor Taal en Communicatie aan de Universiteit van Oxford en schrijfster van het boek The Myth of Mars and Venus: Do men and women really speak different languages?

Vrouwelijke politici kunnen over het algemeen op meer kritiek rekenen dan hun mannelijke collega’s. Het lijkt alsof vrouwen het nooit goed kunnen doen. Wanneer een vrouw zacht en bescheiden overkomt, wordt haar verweten dat ze niet over voldoende leiderscapaciteit beschikt. Laat ze zich echter meer van haar mannelijke kant zien, dan wordt ze door de media als een kenau neergezet.

Cameron legt uit dat de tegenstrijdige opinie ten opzichte van vrouwelijke sprekers teruggaat tot in de 19e eeuw. Voor een vrouw was het lange tijd ‘not done’ om in het openbaar te spreken, dit ging domweg in tegen het goede fatsoen. Met autoriteit spreken in het openbaar wordt nog steeds als een vooral mannelijke eigenschap gezien. Een vrouwelijke presidentskandidaat behoort haar vrouwelijke kanten in ieder geval niet weg te drukken. En daarom waren de tranen van Clinton precies waar de kiezers op zaten te wachten.

Deze dubbele houding ten opzichte van vrouwelijke politici – enerzijds moeten ze autoriteit uitstralen, aan de andere kant een zekere bescheidenheid tentoonspreiden – maakt het voor hen niet makkelijk zich correct te presenteren in een verkiezingscampagne. Volgens Cameron zal dit probleem Clinton blijven achtervolgens tijdens haar strijd om het Witte Huis.

logo kennislinkDit bericht is een verkorte versie van ‘De tweeslachtige rol van de politica’, dat op 17 januari verscheen op Kennislink.nl

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.