dit is de website van Asha ten Broeke

/ ashatenbroeke@gmail.com / over asha ten broeke / zoeken

Mannen komen van mars en vrouwen van venus? Niet in deze prachtige fotoserie van Annie van Gemert. Zij legde jongensachtige meisjes en meisjesachtige jongens vast, en laat zo de kijker aan den lijve ondervinden hoe weinig je kunt zeggen van iemands sekse. Hieronder een jongen en een meisje.

Helaas! Annie van Gemert verzocht mij – ondanks haar eerdere toestemming om de foto’s te plaatsen – of ik de foto’s wilde verwijderen, omdat anders een rekening zou volgen. Haar werk is nog wel te zien op haar website.

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Even een filosofisch tussendoortje. Wat we ‘natuurlijk’ vinden, is cultureel bepaald, schrijft Rob Wijnberg vandaag in nrc.next. “…wat natuurlijk was, was moreel toelaatbaar en werd aangemoedigd; wat onnatuurlijk werd genoemd, was moreel verwerpelijk en werd ontmoedigd en verboden (…) Natuurlijk en onnatuurlijk waren, kortom, culturele begrippen waarmee men elkaar bepaald gedrag aanleerde.”

Een interessante gedachte die volgens mij veel zegt over het nature-nurturedebat. (Ik negeer even dat Wijnberg meent dat deze redenering omstreeks de negentiende eeuw is uitgestorven en dat hij het vooral toepast op de seksuele gewoontes van hedendaagse Japanners)

Het is uiteraard waar dat wat wij natuurlijk vinden, per definitie voorgeschreven wordt door onze cultuur. Alleen is er, als je dit idee toepast op man-vrouwverschillen, iets raars aan de hand. Er bestaat namelijk een enorme behoefte in de wetenschap en populaire psychologie om allerlei culturele fenomenen van het predikaat ‘natuurlijk’ te voorzien. Zo weten we allang dat mannen geen slechtere ouders/verzorgers zijn dan vrouwen – dat vrouwen zorgen en mannen minder is een cultuurverschijnsel – maar toch borrelt steeds weer de haast onbedwingbare neiging op om ‘de natuur’ erbij te halen als oorzaak voor dit verschil.

Het verschil met de negentiende eeuw is dat ‘natuurlijk’ nu zelden meer synoniem is aan ‘door God gemaakt’. Tegenwoodig heulen we immers met Darwin, dus bedoelen we nu ‘gedurende de evolutie ontstaan’. Maar verder zijn de gelijkenissen groot: ook nu geeft het predikaat ‘natuurlijk’ (of zijn tweelingbroer ‘biologisch’) een zekere morele rechtvaardiging aan het bestaan van sekseverschillen.

Ik kwam dat bijvoorbeeld tegen in het boek Sex and cognition van Doreen Kimura. Hoewel ze voor lang niet elk cognitieverschil (m/v) een biologische oorzaak kan vinden – en dat komt niet omdat ze het niet probeert, verzeker ik je – verwerpt ze gepassioneerd het idee dat opvoeding en onderwijs er iets mee te maken hebben. Alsof het een belediging is voor een man-vrouwverschil om uitgemaakt te worden voor ‘cultureel’. Waarom dat zo belangrijk is voor Kimura – en vele anderen – is me dankzij Wijnberg nu duidelijk: door een natuurlijke oorzaak voor sekseverschillen aan te voeren, proberen ze (bewust of onbewust) duidelijk te maken dat dit een goede zaak is. Want het hoort zo.

Rob Wijnberg. Hoe natuurlijk is seksualiteit eigenlijk? (nrc.next, woensdag 26 augustus 2009). Doreen Kimura. Sex and cognition (ISBN 0-262-61164-3)

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.

Als je in Gapun (Papoea Nieuw-Guinea) zou vertellen dat het een universeel principe is dat vrouwen empathisch en verzorgend zijn, en taal vooral gebruiken om de sociale banden aan de halen, zouden ze lachend van hun kruk rollen. De vrouwen daar voldoen in niets aan dit beeld: ze zijn vloeken met grote regelmaat urenlang en staan bekend als grofgebekt en ongevoelig. Mannen daarentegen, zijn sensitief en sociaal in hun gedrag en taalgebruik. Dit alles is volgens de inwoners van Gapun volstrekt natuurlijk.

mythmarsvenus

Met deze anekdote ontmaskert Deborah Cameron (hoogleraar aan het prestigieuze Oxford University) in één klap de mythe die ons zo bekend is: vrouwen zijn van de emoties en taal, en mannen van het ongevoelige ‘niet lullen maar doen’. In populaire psychologieboeken wordt dit verschil meestal toegedicht aan het leven in de oertijd: aldaar zorgden de vrouwen – al kletsend – in groepen voor de kinderen, terwijl zwijgzame mannen uit jagen gingen.

Dit is kul, toont Cameron overtuigend aan door alle mythes rondom taal te doorprikken: vrouwen praten niet meer dan mannen (eerder andersom), vrouwen hebben het niet vaker over gevoel en ze laten zich niet steeds van hun sociale of onzekere kant zien. Deze vooroordelen bestaan bovendien vooral bij de witte, westere middenklasse. Cameron ziet dit vooral als reactie op culturele verandering – door de vrouwenemancipatie is het leven van deze subgroep nogal opgeschud en dat gaat niet zonder slag of stoot. De evolutiepsychologie voorziet deze tegenreactie vervolgens van een biologisch sausje. Of, in de woorden van Cameron, “het neemt de sociale vooroordelen van vandaag en projecteert die op de prehistorie, daarmee hun status verhogend tot tijdloze waarheden over de mens.”

Deborah Cameron. The myth of Mars and Venus: do men and women really speak different languages? ISBN 978-0-19-921447-1

Meer lezen op Mars & Venus:

© Asha ten Broeke. Alle rechten voorbehouden.